Een AED zal op het moment dat deze is aangesloten op een persoon gaan zoeken naar activiteit van het hart.
Wanneer de AED een fibrillerend hart herkent zal de AED adviseren een schok toe te dienen. Vervolgens zal er een bepaalde hoeveelheid joules worden afgegeven waarbij er getracht wordt het hart in een normaal ritme te krijgen.
Wanneer de AED een normaal ritme, geen ritme, óf een te zwak (fibrillerend) hartritme signaleert zal er geen schok worden geadviseerd. De AED kan op die momenten gewoonweg geen “reset” geven aan het hart.
